Het rijden
Vanaf 1-Maart 2009 krijg je van de examinator één van de volgende opdrachten.
- Het zelfstandig kunnen rijden naar een oriëntatiepunt of voor jou bekende plaats. Naar bijvoorbeeld de kerktoren in de verte of je eigen huisadres. Hoe je er komt maakt niets uit. Als het maar veilig gebeurt. Dit onderdeel neemt tussen de 10-15 minuten in beslag.
- Een reeks clusteropdrachten. Dit is een aantal (min-3, max-5) linksaf/rechtsaf opdrachten achter elkaar. Bijvoorbeeld: 'We gaan aan het eind van de straat linksaf, volgen de weg tot de rotonde, daar nemen we de derde afslag (dus driekwart), dan gaan we de eerste weg rechtsaf om vervolgens bij Bakker ABC linksaf te slaan om uit te komen in de Daalstraat'. De examinator kan ook zeggen dat je bepaalde ANWB-borden moet volgen. Ook dit onderdeel neemt 10-15 minuten in beslag.
- Het bereiken van een bestemming via het navigatiesysteem. Hierbij krijg je de opdracht om een adres in te voeren en je door het systeem naar dit adres te laten leiden.
- De omkeeropdracht, waarbij je zelf moet bepalen hoe je de straat kunt verlaten waar je hem bent ingereden. Of je dit nu doet via een bochtje achteruit, parkeervak rechts of links of je maakt in één keer een draai van 180-graden. Er zijn dus diverse methodes om dit te doen. Maar het maakt eigenlijk niets uit…laat zien dat je zelfstandig kunt kiezen uit een van de oefeningen en die veilig uitvoert.
- De parkeeropdracht, bestaat uit de opdracht “ergens” dichtbij te parkeren. Of dit nu bij een huisnummer, plaats of winkel is. Het komt erop neer om zelf het initiatief te nemen op welke manier je dit doet. Ben je zeker van je zaak dan zet hem via “achteruit file parkeren” op zijn plaats. Het kan natuurlijk ook om de auto langs de stoep te parkeren. Als het maar via de bijzondere verrichtingen gaat.
- De stop-opdracht, waarbij wordt gekeken of je wel weet hoe lang de neus van de auto is. Langs de stoep op een geparkeerde auto af rijden, stoppen op een dusdanige manier dat je ook weer weg kunt rijden.

